Rinus Michels: Voetbalopa die we nooit, nooit vergeten



Rinus Michels was voor mij als kleine jongen de grijze man die mijn helden naar de Europese titel in 1988 loodste. Eigenlijk een soort voetbalopa. Een generaal maar dan wel buiten dienst. Een man die ongeloof toonde na de wereldgoal van Van Basten, die trots op de schouders van Gullit en Rijkaard een ereronde onderging en die oprecht op het Museumplein zijn dank uitsprak aan de supporters. De cirkel was rond. De trainer van een spijkerharde discipline, was namelijk als speler het tegenovergestelde; een echte pietjebell.

Michels mag dan vooral bekendheid hebben gekregen als trainer, óók als voetballer verdiende hij z'n sporen. Hij schopte het tot 269 duels als spits van Ajax, waarin hij 121 keer scoorde. Ook kwam hij tot vijf interlands. “In de tijd dat ik speelde lag het niveau van de trainers nog erg laag. Een betere trainer had veel meer uit me gehaald”, zou Michels later over zijn spelersloopbaan zeggen.


In januari 1965 werd in de Amsterdamse Watergraafsmeer de aanzet gegeven tot een omwenteling in het Nederlandse voetbal: Ajax-preses Jaap van Praag presenteerde JOS-trainer Rinus Michels als opvolger van trainer Vic Buckingham. Het bestuur was net opgestapt en het eerste elftal stond op degraderen. “Het was gewoon een bende”, aldus een piepjonge Johan Cruyff. Van de speler Michels bleek al direct niks meer over. Piet Keizer: “Toen hij eenmaal trainer was, leek het wel of hij van niemand nog accepteerde wat hij zélf allemaal had geflikt. De discipline werd steeds strakker en strakker aangehaald.”

Die discipline (Michels: “Ik was niet meedogenloos, wél consequent”), zijn plan om het 4-2-4-systeem van Brazilië te introduceren, zijn psychologie-van-de-koude-grond, plus de enorme golf aan talent die hij bij Ajax in de schoot kreeg geworpen, resulteerde in het Totaalvoetbal dat hij later ook bij Oranje en Barcelona predikte: veel positiewisselingen in en tussen de drie linies, iedereen die mocht opbouwen en aanvallen, mits alle spelers zich óók van hun defensieve taken kweten.

In 1974 strandde Michels' missie en werd Nederland opgezadeld met een trauma van jewelste. Veertien jaar later, in 1988 in Duitsland, werd dat goeddeels goedgemaakt, met het veroveren van de Europese titel. In de ogen van Michels was niet Van Basten maar Ruud Gullit de ster van het toernooi. “Vanaf het moment dat Ruud merkte dat hij de grote vorm niet had, heeft hij zich een opofferende rol toegeëigend. Dat tekent zijn klasse.” De waardering en respect was overigens wederzijds. “Michels is de beste trainer die ik ooit heb meegemaakt”, vond Gullit.


Terug